Stinzenplanten zijn voorjaarsbloeiende planten met opvallende bloemen in felle uiteenlopende kleuren. Het zijn “verwilderde gewassen” die bij kastelen, buitenplaatsen en stadswallen groeien in voornamelijk onze noordelijke provincies. Zij zijn een lust voor het oog én verschaffen de eerste hommels en bijen nectar en stuifmeel. Ze vertellen op een uitbundige manier dat de winter voorbij is. Bekende soorten zijn krokus, sneeuwklokje, blauw druifje, narcis en kievitsbloem. Maar o.a. ook aronskelk, boshyacint, sterhyacint, bostulp, bos-anemoon, gele-anemoon en daslook zijn stinzenplanten.
Wilt u in het voorjaar eens een dagje uit en van Stinzenplanten genieten en weten waar, wanneer en welke Stinzenplanten u dan kunt bewonderen klik dan op "stinzenflora monitor"
De naam Stinszen komt van het Friese woord ‘stins’, wat stenen huis betekent. Deze stenen huizen waren vroeger de woningen van rijke of adellijke lieden. Vanaf de zestiende en zeventiende eeuw zijn Stinzen planten door de adel, boeren en monniken in hun tuinen en landgoederen in Nederland geplaatst. Zo ontstond in Friesland de naam ‘Stinzeblomke’. In jaren van vijftig van de vorige eeuw raakte de naam Stinzenplant ook in de rest van Nederland ingeburgerd.